© Arie van Genderen, december 2016

Vervolg ….de komputer…





De verwerkers

Onder de verwerkers van alternatieve produkten kunnen we globaal twee groepen onderscheiden. De ene groep verwerkt produkten in opdracht en ten behoeve van

regionale verdeelcentra. De andere groep verwerkt en levert buiten de verdeelcentra om rechtstreeks aan de winkelier.

Dat onderscheid was vroeger belangrijker dan het nu is. De verwerkers die alleen aan de verdeelcentra leverden waren namelijk onderdeel van de zogenaamde ’afspraak-ekonomie’. Dat betekende dat zij zowel met de boeren (de toeleveranciers) als de verdelers (afnemers) vooraf afspraken maakten over de prijzen van hun produkten. De verwerkers die op de vrije markt opereerden konden in alle vrijheid, maar rekening houdend met de konkurrentieverhoudingen, hun eigen prijzen vaststellen. Toen de markt voor alternatieve produkten nog spektakulaire groeicijfers kende had men niet zoveel last van elkaar. Nu de groei flink is afgevlakt verandert de zaak echter. Zonder verder teveel in details te treden kan ik u verzekeren dat er achter de schermen pittige konkurrentieslagen geleverd zijn en worden. Amerikaanse verkooptaktieken worden daarbij niet geschuwd: bedrijven die wat kapitaalkrachtiger zijn verkopen een tijdlang bepaalde produkten tegen of onder de kostprijs, net zo lang tot de konkurrentie het veld ruimt.

Met ook hier weer hetzelfde effekt als bij de boeren. Alleen de kapitaal-krachtige bedrijven die kunnen investeren,  mecha-niseren en rationaliseren hebben de toekomst. De prijzen voor de konsument zullen dan wel dalen (leuk), maar daling zal parallel gaan met de daling van het aantal arbeidsplaatsen (minder leuk).


De verdelers

Verdeel en heers. Een oud gezegde dat in dit verband een dubbele betekenis krijgt. Het verdelen van alternatieve produkten gebeurt al sinds het vroege ontstaan van de

beweging door een aantal verdeelcentra die regionaal werken en gezamenlijk een landelijke organisatie vormen (Zie ook de kaders). De twee belangrijkste organisaties zijn in dit verband (buiten de reform) de EKO-federatie en de BD-vereniging. De klubs kennen een  enigszins parallelle ontwikkeling. In het begin maar enkele verdelers die zo goed als mogelijk heel Nederland bevoorraden. Vervolgens, steeds meer verdelers die steeds kleinere gebieden bestrijken en nu de laatste tijd, o.a. door een aantal  faillissementen, weer minder verdelers die steeds grotere gebieden beleveren.

En hoe je het ook wendt of keert, het zijn vooral de verdelers die zowel regionaal als landelijk het beleid bepalen.

Lange tijd waren ze vrijwel alleenheerser in hun regio en gaven ze ieder op hun eigen manier (de een meer dan de ander) vorm aan de ideeën over afspraakekonomie of sociale driegeleding. Voor de meeste verdelers is die gelukzalige periode echter voorbij en' telt nu nog maar één ding: het hoofd boven water houden.

Belangrijke oorzaken hiervoor zijn onder andere 'de verhevigde konkurrentie tussen EKO en BD, maar ook de aktiviteiten van bedrijven als Manna, Yakso, Natufood en niet te vergeten de verwerkende bedrijven die vaak produkten aanbieden die ook de verdelers in hun pakket hebben.

Dit alles heeft een aantal belangrijke gevolgen. Een opsomming van die gevolgen staat al onder de stukjes over de boeren en verwerkers (het wordt eentonig). Een extra bijkomstigheid is nog dat de verdelersorganisaties intern ook onder grote spanning komen te staan. De geschillen over bijvoorbeeld regiogrenzen, zakelijk en ideëel beleid worden weliswaar zoveel mogelijk binnenskamers uitgevochten, maar nemen soms groteske vormen aan. Er rollen koppen, kredieten worden tegengehouden of ingetrokken, bedrijven worden opgekocht of over de rand van het faillissement geduwd.

Een spel waarbij vaak meer op de man dan op de bal wordt gespeeld. Uiteraard zijn de ooit hoopvolle gesprekken over samenwerking tussen EKO, BD en Manna, volkomen op een dood spoor gekomen. En het ziet er niet naar uit dat ze daar ooit nog afkomen. De enige ’oplossing’ in deze situatie is dat de ene klub de ander gewoon opkoopt of wegkonkurreert. Zie verder ook het kader.


De winkelier (m/v)

In de produktiekolom nemen de winkeliers een heel bijzondere plaats in. De winkel is namelijk de enige plaats waar de konsument het produkt ontmoet en een koop- of

niet-koopbeslissing neemt. De laatste jaren zijn er talloze onderzoeken naar de koopmotivatie van de alternatieve kon-sument gedaan en die leveren een zo kompleks beeld op dat ik er hier niet verder op in kan gaan. Laten we het in dit verband maar houden op de konstatering dat de meeste klanten kopen in een winkel die dicht bij huis, goed gesorteerd, schoon en betrouwbaar is.

Dat betekent dus dat de winkelier niet zo heel erg veel kan sturen in het koopgedrag van mensen. Zeker niet in plaatsen waar de koper in principe de keus heeft uit meerdere winkels op redelijke afstand.


Page 16 Previous (left) Home page