© Arie van Genderen, februari 2016

‘Zoek maar een zolderkamertje, daar zul je je vast beter thuis voelen’, beet ze me op een dag toe. Ze moest eens weten dat de ‘echte verloedering’ pas een jaar daarna zou plaatsvinden.

Frank introduceerde mij al snel bij mensen die het hele provogebeuren veel bewuster hadden meegemaakt dan ik en zij waren toen al actief in de de opvolging van Provo, de zogenoemde  kabouterbeweging.

Ik ging daar steeds vaker op bezoek en leerde zo ook weer andere mensen uit die hoek kennen. Dat leverde uiteindelijk een situatie op dat ik om 5 uur, einde kantoortijd, snel een toilet opzocht om m’n driedelig grijs, te verwisselen voor een spijkerpak.

Dat hield ik een jaar of zo vol tot ik besloot om het grijs het grijs te laten en gewoon in spijkerpak naar mijn werk te gaan. Maar dat kon toch echt niet. Dat ik het zover had laten komen was al een revolutie waar de directie aan te pas was gekomen, maar nu was ik maar nu was ik echt niet meer ‘op mijn post te handhaven’.

Omdat ik toch al besloten had een Parttime-opleiding MO-economie te gaan doen kwam er een compromis: ik werd algemeen assistent voor halve dagen op dezelfde afdeling, maar mocht geen klanten meer ontvangen. Een klein halfjaartje ging dat goed, maar ongeveer tegelijkertijd besloot ik er een punt achter te zetten.

Ik ging toen als redactiesecretaris voor het inmiddels terziele gegane studentenblad Pharetra werken. En daarnaast werd ik hulpverkoper (1 middag per week) in wat toen een kabouter-winkel’ werd genoemd, een voorloper van de tegenwoordige natuurvoedingswinkel.


Twee leuke jaren

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik van de economiestudie een potje maakte. Bij vlagen ging ik er hard tegenaan, maar Pharetra en de Knetterwinkel (naam van de kabouterwinkel) gingen steeds meer tijd in beslag nemen.

Wel dank ik aan die periode een stukje politieke en maat-schappelijke bewustwording dat ik anders waarschijnlijk nooit had gekregen. Ik ging me steeds meer verdiepen in het verschijn-sel ‘provo’, schreef ooit in Pharetra nog een recensie over een boek van Roel van -Duyn (De boodschap van een wijze kabouter, als ik me goed herinner), was lid van diverse actiegroepen o.a. op het gebied van onderwiisvernieuwing (Middenschool, crèches, etc) en deed voor het eerst mee aan een echte demonstratie (Vietnam).

In die tijd raakte mijn leven aardig in een stroomversnelling, maakte kennis met alle mogelijke drugs en raakte ernstig verslaafd aan ..... nicotine (tot dan had ik nooit gerookt). Na verloop van tijd begon Pharetra een blok aan het been te worden en toen een clubje fanatieke CPN-ers een coup probeerde te plegen hield ik het kort daarna wel voor gezien.


Snel verder

De Knetterwinkel werd zo langzamerhand een full-time bezigheid. Niet alleen draaiden we de winkel zes dagen per week, we waren

toen ook nog begonnen met een soort distributie naar andere winkels in Amsterdam en later ook de directe omgeving. Het

draaide lekker en het kwam dan ook als een schok toen de eigenaar van de winkel besloot om er mee op te houden.

Een handtekeningenactie onder de klanten, die massaal werd ondertekend mocht niet baten. De winkel ging dicht. Ook Roel van Duyn, vaste en lastige klant (kwam altijd net voor of na sluitingstijd nog eens uitgebreid boodschappen doen) kon het besluit niet ongedaan krijgen.

Door puur toeval bleek er echter op 100 meter afstand van de Knetterwinkel een ruimte vrij te komen en met een clubje vrienden en vrien-dinnen hebben we toen die ruimte gehuurd en op zaterdag ging de Knetterwinkel dicht en ’s aandags ging De Belly open. Een half jaar later werd ook de distributiepoot van de Knetterwinkel overgenomen.

Rond die tijd kwam Wilma plotseling weer eens langs. Ze zat op haar flatje, met een kindje en voelde zich hoogst ongelukkig. Er bloeide weer iets op dat even hevig als uitzichtloos bleek te zijn.


Van grutter tot coördinator

Winkel en distributie liepen vanaf het begin als een trein. We hadden de tijd mee en de meesten van ons werkten hard en lang. Ik werd voor de tweede keer in m’n leven vreselijk verliefd, nu op Dopiun en kreeg daaruit een enorme kick. Leven en werken, werken en leven, het was niet meer te scheiden en het ging maar door.

Het werk begon steeds meer te bestaan uit coördineren en het zoeken naar aanknopings-punten met andere bedrijven, groepen en ideeën. Ideeën, geformuleerd door provo’s en in praktijk gebracht door de Kabouters en andere groeperingen konden rekenen op steun vanuit De Belly (ook het begin van Stichting De Nieuwe Lelie).

We deden mee aan de actiegroep ‘Zoef Zoef’ (tegen de auto-terreur), Amsterdam autovrij en de eerste nummers van ‘De Zaaier’, het huisorgaan van ‘De Stadsboerderij’ werden in De Belly geproduceerd. Veel van die activiteiten werden gestart op aandringen en inspiratie van Roel van Duyn.

Ook landelijk ontstonden er allerlei samenwerkingsverbanden. De Stichting Alternatief Warenonderzoek, de Federatie van Ekologisch-werkende Bedrijven en het Ekologisch Landbouw Konsulentschap waren daar uitvloeisels van.

Kort geleden hoorde ik dat Wilma weer getrouwd is met een man die ‘wel wat op mij lijkt’. Toch nog een happy end?


Arie van Genderen

In de volgende MeMOkrant gaat Arie van Genderen in op de vraag wat er nog over is van de ideeën en idealen van provo.

Provo; de geschiedenis van de provotarische beweging 1965- 1967, uitgeverij Meulenhoff (f 39,50).




Home page Page 10