© Arie van Genderen, december 2016

Twee leuke jaren

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik van de economiestudie een potje maakte. Bij vlagen ging ik er hard tegenaan, maar Pharetra en de Knetterwinkel (naam van de kabouterwinkel) gingen steeds meer tijd in beslag nemen.

Wel dank ik aan die periode een stukje politieke en maat-schappelijke bewustwording dat ik anders waarschijnlijk nooit had gekregen. Ik ging me steeds meer verdiepen in het verschijnsel ‘provo’, schreef ooit in Pharetra nog een recensie over een boek van Roel van Duyn (De boodschap van een wijze kabouter, als ik me goed herinner), was lid van diverse actiegroepen o.a. op het gebied van onderwijsvernieuwing (Middenschool, crèches, etc) en deed voor het eerst mee aan een echte demonstratie (Vietnam).

In die tijd raakte mijn leven aardig in een stroomversnelling, maakte kennis met alle mogelijke drugs en raakte ernstig verslaafd aan ..... nicotine (tot dan had ik nooit gerookt). Na verloop van tijd begon Pharetra een blok aan het been te worden en toen een clubje fanatieke CPN-ers een coup probeerde te plegen hield ik het kort daarna wel voor gezien.


Snel verder

De Knetterwinkel werd zo langzamerhand een full-time bezigheid. Niet alleen draaiden we de winkel zes dagen per week, we waren toen ook nog begonnen met een soort distributie naar andere winkels in Amsterdam en later ook de directe omgeving. Het draaide lekker en het kwam dan ook als een schok toen de eigenaar van de winkel besloot om ermee op te houden.

Een handtekeningenactie onder de klanten, die massaal werd ondertekend mocht niet baten. De winkel ging dicht. Ook Roel van Duyn, vaste en lastige klant (kwam altijd net voor of na sluitingstijd nog eens uitgebreid boodschappen doen) kon het besluit niet ongedaan krijgen.

Door puur toeval bleek er echter op 100 meter afstand van de Knetterwinkel een ruimte vrij te komen en met een clubje vrienden en vriendinnen hebben we toen die ruimte gehuurd en op zaterdag ging de Knetterwinkel dicht en ’s maandags ging De Belly open. Een half jaar later werd ook de distributiepoot van de Knetterwinkel overgenomen.

Rond die tijd kwam Wilma plotseling weer eens langs. Ze zat op haar flatje, met een kindje en voelde zich hoogst ongelukkig. Er bloeide weer iets op dat even hevig als uitzichtloos bleek te zijn.


Van grutter tot coördinator

Winkel en distributie liepen vanaf het begin als een trein. We hadden de tijd mee en de meesten van ons werkten hard en lang. Ik werd voor de tweede keer in m’n leven vreselijk verliefd, nu op Dopjun en kreeg daaruit een enorme kick. Leven en werken, werken en leven, het was niet meer te scheiden en het ging maar door. Het werk begon steeds meer te bestaan uit coördineren en het zoeken naar aanknopings-punten met andere bedrijven, groepen en ideeën. Ideeën, geformuleerd door provo’s en in praktijk gebracht door de Kabouters en andere groeperingen konden rekenen op steun vanuit De Belly (ook het begin van Stichting De Nieuwe Lelie).

We deden mee aan de actiegroep ‘Zoef Zoef’ (tegen de auto-terreur), Amsterdam autovrij en de eerste nummers van ‘De Zaaier’, het huisorgaan van ‘De Stadsboerderij’ werden in De Belly geproduceerd. Veel van die activiteiten werden gestart op aandringen en inspiratie van Roel van Duyn.

Ook landelijk ontstonden er allerlei samenwerkingsver-banden. De Stichting Alternatief Warenonderzoek, de Federatie van Ekologisch-werkende Bedrijven en het Ekologisch Landbouw Konsulentschap waren daar uitvloeisels van.

Kort geleden hoorde ik dat Wilma weer getrouwd is met een man die ‘wel wat op mij lijkt’. Toch nog een happy end?


Arie van Genderen

In de volgende MeMOkrant gaat Arie van Genderen in op de vraag wat er nog over is van de ideeën en idealen van provo.


Provo; de geschiedenis van de provotarische beweging 1965- 1967, uitgeverij Meulenhoff (f 39,50).


Naschrift: nog even voor alle duidelijkheid: dit artikel is dus geschreven in 1985. Er is niets aan toegevoegd of veranderd.

Het provotariaat Home page